Categories: Algemeen

Delen

Een accountant legt de fouten uit gemaakt in de subsidieverantwoording

Afgrenzing is zo’n onderwerp waar bijna niemand warm voor loopt. Totdat het misgaat. Dan blijkt ineens hoe belangrijk het is dat kosten en opbrengsten in de juiste periode terechtkomen. In commerciële ondernemingen leidt een fout al snel tot discussies over omzetmarges, KPI’s en bonussen. In stichtingen, verenigingen en andere publieke organisaties kan het leiden tot lastige gesprekken met subsidieverstrekkers of een kritische blik van de accountant.

En vaak begint het met iets heel eenvoudigs: een factuur die te laat binnenkomt, een dienst die nét over de jaargrens loopt, of een medewerker die “dit altijd zo doet”.

Wanneer afgrenzing begint te schuiven

Iedere financiële afdeling herkent het. December is druk. Iedereen wil nog snel dingen afronden. Het gevolg is dat in januari opeens een stroom aan facturen binnenkomt die eigenlijk in december thuishoren. Een commerciële onderneming ziet dan opeens een veel te rooskleurige winst in het oude jaar. Een stichting die een project afrondt, boekt soms een subsidie te vroeg omdat men denkt dat aan alle voorwaarden is voldaan.

Ik sprak eens een financieel medewerker van een middelgrote vereniging. Hij vertelde dat hij elk jaar weer verrast werd door een licentiefactuur die standaard in januari binnenkwam. Het contract liep al jaren van december tot december, maar niemand had dat ergens opgeschreven. Iedereen voelde dat er iets niet klopte, maar niemand kon uitleggen waarom. Totdat de accountant ernaar vroeg.

Hoe systematische fouten ontstaan

Soms gaat het fout zonder dat iemand er erg in heeft. Een ERP-systeem kan bijvoorbeeld automatisch kosten over twaalf maanden verdelen, terwijl het contract maar tien maanden loopt. Niemand ziet het, want het systeem doet “precies wat het altijd doet”. Totdat bij de controle blijkt dat de afgrenzing structureel verkeerd is ingericht. Deze afwijking kan impact hebben op de oordeel in de accountantsverklaring bij de jaarrekening.

Een commercieel bedrijf hoorde van de accountant dat hun afgrenzing van onderhoudskosten al drie jaar verkeerd liep. De fout was klein begonnen, maar werd elk jaar groter omdat de basis fout stond. De financiële afdeling dacht dat het systeem alles netjes deed. Het systeem dacht dat het perspectiefjaar dertien maanden had.

De rol van schattingen en gezond verstand

Afgrenzing vraagt soms om een inschatting. Dat maakt het gevoelig. Wanneer je een dienst in december uitvoert, maar het grootste deel van de factuur pas in januari komt, moet je terugredeneren. Niet iedereen vindt dat prettig. Sommige medewerkers zijn voorzichtig en boeken liever niets. Anderen boeken juist enthousiast alles vooruit omdat ze “het al bijna af hebben”.

In een grote stichting voor maatschappelijke ondersteuning viel ooit op dat de opbrengsten uit een meerjarige subsidie opvallend stabiel waren. Ieder jaar precies hetzelfde bedrag, hoe druk of rustig het ook was. De accountant keek nog eens goed en vroeg: “Maar wat is er dan precies geleverd in december?” Het bleef even stil. Uiteindelijk bleek dat de opbrengsten niet waren gebaseerd op prestaties, maar op het bedrag dat men graag wilde halen. Zo werkt het natuurlijk niet.

Hoe interne samenwerking het verschil maakt

De beste afgrenzing ontstaat niet op de financiële afdeling. Ze ontstaat in de samenwerking tussen finance en de rest van de organisatie. Het is vaak de beleidsmedewerker, de projectleider of de inkoper die weet wanneer iets daadwerkelijk is geleverd.

Een commercieel bedrijf ontdekte dat hun grootste afgrenzingsfout ontstond omdat projectmanagers dachten dat finance “toch wel weet wat we doen”. Finance ging daarvanuit dat projectmanagers “het wel doorgeven”. En dus wist niemand het echt. Toen ze elke maand vijf minuten over leveringen gingen praten, verdwenen de fouten vanzelf.

In publieke sector organisaties zie je hetzelfde. Beleidsafdelingen leveren prestaties. Finance verantwoordt ze. Als die twee werelden elkaar niet vinden, ontstaat onvermijdelijk ruis.

Wat er gebeurt als het wél goed gaat

Organisaties die hun afgrenzing op orde hebben, ervaren rust. Ze weten waar ze staan. Ze weten welke facturen nog komen. Ze weten welke opbrengsten nog moeten worden verantwoord. Het einde van het jaar voelt dan niet als een sprint, maar als een nette landing.

Ik sprak eens een financieel directeur die vertelde dat hij vroeger het hele jaar door last had van onzekerheid. Pas in maart wist hij of het vorige jaar “oké” was. Toen ze begonnen met een maandelijkse afgrenzingsronde, veranderde dat. Nu wist hij het elke maand. Zijn accountant was ook blij. Maar vooral voelde hij weer grip op het verhaal van zijn eigen organisatie.

Conclusie

Afgrenzing lijkt een detail. Het is niets meer dan het op de juiste plek leggen van kosten en opbrengsten. Maar dat detail bepaalt wel of een jaarrekening klopt. Bij commerciële ondernemingen bepaalt het of resultaten eerlijk worden weergegeven. Bij stichtingen, verenigingen en andere publieke organisaties bepaalt het of verantwoording betrouwbaar is.

Fouten ontstaan niet door onwil, maar doordat mensen druk zijn, systemen imperfect zijn en processen soms ontbreken. Door afspraken helder te maken, voorbeelden bespreekbaar te houden en elkaar even op te zoeken, kun je veel problemen voorkomen.

Goede afgrenzing vraagt discipline. Maar het levert iets groters op. Het geeft vertrouwen. Zowel binnen de organisatie als daarbuiten.

Gerelateerde artikelen

Er zijn op dit moment geen artikelen gepubliceerd passend bij dit artikel.